Voorlopige bescherming van het Provinciaal Handels- en Taalinstituut in Gent

Door Geert Bourgeois op 7 februari 2019, over deze onderwerpen: Onroerend erfgoed
PHTI - Onroerend Erfgoed

Geert Bourgeois, Vlaams minister-president en Vlaams minister van Onroerend Erfgoed, beschermt het Provinciaal Handels- en Taalinstituut in Gent voorlopig.

“Ik bescherm het Provinciaal Handels- en Taalinstituut in Gent omwille van de architecturale, stedenbouwkundige, technische en historische waarde. Het is een toonbeeld van de naoorlogse provinciale onderwijsgebouwen in Vlaanderen.”, aldus bevoegd Vlaams Minister-President Geert Bourgeois.

De provinciale onderwijsactiviteit nam na de Tweede Wereldoorlog en vooral na de Schoolpactwet van 29 mei 1959 een hoge vlucht. Dit ging gepaard met de moderne scholenbouw die de overheid toen propageerde. Hoofdontwerpers Jan Tanghe (1929-2003) en Francis Serck (1929) realiseerden het instituut in drie fasen, tussen 1959 en 1984. Het is een cruciaal deel van hun oeuvres.

Tanghe en Serck werden van 1948 tot 1953 opgeleid als architect aan het Sint-Lucasinstituut in Gent en bouwden tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw een indrukwekkend oeuvre uit: Serck voornamelijk in de omgeving van Gent, Tanghe in heel Vlaanderen en Brussel. Tanghe was daarnaast vanaf 1966 voorzitter van het multidisciplinair bureau Groep Planning.

Stilistisch sluit het Provinciaal Handels- en Taalinstituut aan bij verschillende stromingen. De eerste bouwfase uit de jaren zestig is nog duidelijk geïnspireerd door het internationale modernisme. Het meest in het oog springende modernistische element is de gordijngevel, die technisch mee uitgewerkt werd door grote toonaangevende firma’s zoals Chamebel en La Brugeoise & Nivelles. Verder brachten de architecten verschillende functies van de school onder in aparte vleugels, ze plaatsen één vleugel op vrijstaande, grote zuilen en ze hanteerden een skeletstructuur die een volledige vrije plattegrond mogelijk maakt. De uitwerking van het interieur (scherp afgelijnd, ruimtelijk en met verfijnde detaillering), het meubilair en zelfs de groenaanleg (met berken en ruw bekiste beton) is sterk geïnspireerd door het Scandinavische modernisme en in het bijzonder door de Deen Arne Jacobsen.

Bij de latere bouwfasen behielden de ontwerpers de vormelijke en technische aspecten van het modernisme, maar ze verrijkten dit met een grotere plasticiteit door de toepassing van naar boven uitkragende verdiepingen, een gevarieerde en complexe hoekafwerking en allerlei annexen zoals traptorens. Ze besteedden ook meer aandacht aan de gebruikers van de school, wat aansluit bij stromingen die vanaf eind jaren vijftig voortkwamen uit het modernisme en er tegelijkertijd een kritiek op vormden, het structuralisme en het brutalisme. Onder invloed van het structuralisme en meer bepaald de Nederlandse architect Herman Hertzberger werd gekozen voor een open en gevarieerd interieur met als blikvanger het immense atrium. Typisch voor het brutalisme is de ruwe, onbewerkte esthetiek met gebruik van veel beton en hout, zowel binnen als buiten.

De verwevenheid van architectuur en stedenbouw zoals die met name door Jan Tanghe vanaf de jaren zestig werd bepleit onder invloed van de toenmalige hedendaagse Engelse architectuurtheorie en -praktijk (in het bijzonder de universiteitscolleges van Oxford en Cambridge) is duidelijk aanwezig bij het Provinciaal Handels- en Taalinstituut. De ontwerpers besteedden veel aandacht aan de bestaande omgeving (met name het hoogteverschil tussen de Abdisstraat en de Henleykaai) en aan de inplanting van vier vleugels rond een grote, stille groenzone, wat Tanghe zelf omschreef als een herinterpretatie van het kloosterpandpatroon.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is