28 juli 2011
Vlaams minister Geert Bourgeois, bevoegd voor Onroerend Erfgoed, ondertekende de voorlopige bescherming van het ereperk en monument voor de slachtoffers van het bombardement op Mortsel, op 5 april 1943. Het ereperk is gelegen op de begraafplaats in Mortsel Dorp, Lepelstraat 1. Ook de nabijgelegen graven van de families Gevaert, Mayer-Van den Bergh en Rosseels, het monument van de Weerstand en de kruisvormige aanleg van de begraafplaats zijn in de bescherming opgenomen. In principe volgt, na het doorlopen van de procedure met onder meer een openbaar onderzoek, binnen het jaar de definitieve bescherming.
“De historische waarde van dit ereperk is bijzonder groot, aangezien de site het enige materiële ankerpunt in de stad is dat nog aan het zwaarste bombardement in de Benelux tijdens de Tweede Wereldoorlog herinnert,” aldus minister Bourgeois. “Het bombardement is ongetwijfeld de grootste en indrukwekkendste gebeurtenis geweest in de geschiedenis van de stad. De impact van het gebeuren op Mortselaars en inwoners van omliggende steden en dorpen is onmiskenbaar.”
De stad wil het ereperk restaureren en toegankelijker maken. Er worden allerlei initiatieven genomen om de belangstelling voor het bombardement en zijn gevolgen als een belangrijk gegeven uit de geschiedenis te laten voortleven. De overlevenden van de ramp worden schaars en daarom wil de stad de laatste kans grijpen om de woorden, beelden en herinneringen van deze mensen vast te leggen. Het materiële relict van de begraafplaats speelt hierin een centrale rol.
Auteur(s): |
Geert Bourgeois, Viceminister-president en Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand
|
Contactinfo: |
Ellen Devriendt, raadgever communicatie |
Thema('s): |
Toerisme & onroerend erfgoed |